Psalmen

Klik HIER voor de psalmen.

Voorwoord

Hoe is de berijming tot stand gekomen? Het is een combinatie uit allerlei berijmingen, waar ik het beste uitgezocht heb. Maar wat is het beste?

1. Een berijming met zo weinig mogelijk toevoeging of weglating van de tekst.

2. De nauwste aansluiting van de woorden aan de loop van de melodieën en aan demuzikale coupletbouw.

3. Berijming van de psalmen en geen dichterlijke fantasie over de tekst.

4. Taalgebruik in psalmstijl, met voorzichtige vernieuwing van de taal, om de zeer uiteenliggende uitersten die men wenselijk of aanvaardbaar acht.

Het is lang niet eenvoudig om een goede berijming tot stand te brengen. Als God me nietgeholpen had en nogal wat vrienden, dan had er niets van terecht gekomen. Je moet ook veelgeduld hebben. Voor mij liggen drie verschillende psalmberijmingen van ds. Hasper, die er ongeveer zijn heleleven aan gewerkt heeft. Ds. Hasper is in 1936, dus nog voor de oorlog met een nieuwe psalmberijming begonnen. Maar deze berijming deugde van geen kant. In psalm 119 had hij maar 20 coupletten. Dit kànnatuurlijk nooit goed zijn. Toen heeft hij alles weer omgewerkt en dit werk is in 1848 klaar gekomen. Na veel kritiek heeft hij alles nog eens geprobeerd te verbeteren en dit werk is in1849 voltooid. Dit waren veel verbeteringen, nu had hij 66 coupletten in psalm 119. Maar zijn berijming is niet goed en kan niet voldoen aan de eisen die aan een goede berijming gesteld moeten worden. Ook zingt zijn berijming slecht omdat er is niet op voor- en nazinnen is gelet. Jammer, want daarmee had hij zijn winst kunnen doen uit de oude berijming van 1773, die daar zo streng op gelet heeft. Dáárom zingt die berijming in de meeste gevallen zo goed. Bijvoorbeeld psalm 119, wat zingt die berijming uit 1773 daar fijn. In 1959 is de berijming van ds. L.W. Muns verschenen, toen predikant te Utrecht. Dat is een betere berijming. Ook de taal is veel beter, maar soms zijn psalmberijmingen wat te beknopt. Psalm 119 heeft maar 44 coupletten. Het is aanzienlijk meer dan in Hasper zijn eerste boekje, maar toch echt te beknopt. Dan de berijming van Drs. Joh. Luykenaar Franken, Leraar Ned. 1e Chr. H.B.S. Henegouwerplein en organist Tidemanstraatkerk te Rotterdam in 1969. Hij heeft 15 boekjes uitgegeven, met elke keer 10 berijmingen, die tenslotte, na herziening uitmondde in Psalter 1980 in een “Stichting ter verkrijging van een Schriftgetrouwe psalmberijming.” Psalter 1980 is uiteindelijk tot stand gekomen door verschillende berijmers, namelijk:

– Israël Abrahamsen 15 psalmen

– J. Klein F.zn 36 psalmen

– Drs. Luijkenaar Francken 86 psalmen

– Johan de Weve 13 psalmen

De berijming van Drs. Luijkenaar Franken vond ik de beste en daar heb ik dan ook het meestevan overgenomen. Echter, na vele veranderingen, want Drs. Luijkenaar Franken is prima bij de tekst gebleven, maar hij heeft niet op voor- en bijzinnen gelet en dat wou ik perse om de zingbaarheid. Je gaat toch geen berijming maken die minder is dan de bestaande? Dus heb ik daar weer heel veel veranderingen in aangebracht. Dan is er nog een berijming van ds. E.A.A. Snijdelaar, Ned. Herv. Predikant te Noordwolde. (Friesland) Die berijming is net als die van ds. Hasper in 1949 klaar gekomen. Geen gave berijming, ik heb er maar heel weinig uit over kunnen nemen. Is er dan eens een regel goed, dan moet die natuurlijk ook nog in het verband passen, wat meestal niet het geval was. Dan “Het Bijbels Psalmboek”. De titel is al vreemd. Het voorwoord vermeld: “De 150 psalmen zorgvuldig naar de tekst en de bedoeling der Heilige Schrift, door A. Blok.” (Friesland) Zijn berijming loopt soms vlot, maar taalkundig kàn het niet. En goed zingbaar is ze ook niet. De namen zijn meestal ook niet correct en de berijming is veel te ouderwets.

Psalm 29:3 lost hij zo op:

“Door de noodorkaan geraakt wordt het cederwoud gekraakt. Libanon gaat top aan top met de Sirjon in galop.”

En het begin van psalm 31: “Op U, Heer, stel ik mijn betrouwen: Gij zijt een Toevlucht mij.”

Ook van die berijming kon ik maar heel weinig overnemen. Dan de “Psalms” “Die berijmde psalms van Suid-Afrika, in gebruik bij die drie Hollandse (Afrikaanse) kerke in Suid-Afrika.” Ook daar is bijna niks uit overgenomen.

Tot slot: Het “Liedboek voor de kerken.” Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied, ’s Gravenhage, 1973. Daar kon ik zo hier en daar wat van overnemen. Uiteindelijk is mijn berijming dan voltooid, compleet met 150 psalmen, plus “De Tien Woorden”. Wat me op het idee bracht? Er moest een nieuwe berijming komen omdat de oude versleten is. En een zekere Ghijsen heeft dat vroeger ook zo gedaan. Hendrik Ghijsen leefde van 1660 – 1693. Ghijsen heeft geen zelfstandig werk geleverd, net zomin als ik. Zijn psalmberijming heette: “De Hooninggraat der Psalmdichters”, 1686. Hij was toen sedert drie jaarvoorganger in de Amstelkerk te Amsterdam. Zijn berijming is een combinatie van wat hij het beste achtte uit niet minder dan… 17 bestaande berijmingen! Te weten van Datheen, Marnix, De Hubert, Camphuisen, Geldrop, Bevius, Boey, Van Heule, Westerbaan, Bruno, Clerequius, Celosse, Van Disselburg, Lise, Van Huis, Oudaan en Rolandus. Maar uit deze “Hooningraat der Psalmdichters” zijn maar 10 psalmen in de bundel van 1773 terechtgekomen. We kunnen dat nagaan, in de bladzijde voor de eigenlijke berijming van 1773. De psalmen 4, 67, 75, 82, 100, 122, 123, 126, 130 en 150 zijn afkomstig uit de “Hooninggraat”.

Grijpskerke, 12 oktober 2004

Wijlen Dhr. J. Adriaanse